'Kopt binnen': 'The Barcelona Experience'

24 september 2014 | StefanS | .... kopt binnen

Op het moment dat ik het stadionterrein van Camp Nou oploop, zie ik dat ik gelukkig niet alleen ben. Mijn vrienden Ben en Jerry hebben hier een eigen stand, daartegenaan leunt een Coca Cola hok met allerlei frisdrankversnaperingen en daar weer naast pruttelt de vrieskist van Ola om de Magnums koel te houden. Heerlijk, dat Catalaans authentieke sfeertje. Toch, ergens weggedrukt in een hoekje staat een hokje waar een gezellig dik Spaans vrouwtje patatas brava in de frituur drukt. Afvragend, hoe ze haar in het hokje hebben gekregen, pieker ik over haar vertrek na dienstijd; zal de brandweer komen om haar eruit te flexen? Nadat ze mij de vettige patatas op een slap kartonnetje overhandigt, drinkt zij het frituur nog even leeg. Aah, die Catalanen zijn echte Bourgondiërs, dat kennen wij in Nederland niet zo.

Met engelengeduld trotseer ik de vuistdikke rij voor de kassa en betaal met liefde de 23 euro, want de beloning bevindt zich achter de schuifdeuren: het stadion! Helaas, eerst een lange kogelvormige gang door waar muntautomaten staan. Voor 17,50 kan ik een munt laten maken met mijn favoriete Barça-speler erop, 17,50, da's een koopje voor een munt geslagen in kermisgoud. Doe mij er maar twee.

Achter de volgende deur is het ‘FCB museum’ die een imponerende uitstalling van bekers etaleert. Mijn ogen glijden langs bekers die niet alleen qua tijd maar ook qua vorm van elkaar verschillen, tussen twee bekers in ligt een gesigneerd shirt van Johan. Verderop een veter van ‘sneeuwvlokje’ (Ronald Koeman) –die vernoemt is naar de albino aap uit de Catalaanse dierentuin. Hey, wat leuk, het PSV-shirt van Bakkal uit 2010, met een in het gips gegoten tandenafdruk. Het vroege werk van Luis Suárez.

Het einde van het museum brengt me naar de voorportalen van de tribunes. De bruine tegels op de grond zijn in de loop van de jaren stukgelopen door de dringende fans om samen met wat bier, een broodje Pa Amb Tomàquet te bemachtigen. De grijze betonnen steunpilaren van het oude stadion ademen de spanning en vervoering van het spel op het veld. In de hoek staat een lachende dame met een gigantisch groen scherm achter zich waarvoor camera’s op een statief zijn geplaatst. ‘Hello sir, you want a picture with your favorite Barça player?’ Je kan dus klaarblijkelijk een foto nemen, waarna het FC Barcelona ontwikkelingsteam jouw foto plakt in een euforisch juichende Xavi/Alves/Vermaelen foto. ‘What cost that joke?’, vraag ik aan het vrouwtje. ‘Only 20 euro’s a photo, sir’. Oh, twintig ekkies, dat is niks voor een beetje prefab knip en plakwerk. ‘I hit even over, if you don’t mind’.

Een trappetje brengt me op de tribunes. Het overweldigende aanzicht van de 93.053 plastieken klapstoelen die zoveel vreugde en teleurstelling hebben gedragen; de stoelen zijn oud, beschadigd, sommige missen een zitvlak en andere klappen niet meer omhoog. In de stoeltjes aan de overkant staat in het geel ‘Mes Que Un Club’, meer dan een club, dat mag je wel stellen. Nog voordat ik kan wegdromen bij het idee van al die legendarische wedstrijden, word ik weggedrukt door een groepje bezwete Japanners die al zwaaiend met het peace-teken, een foto willen maken op mijn plek. Ja, ja, ik ga al.

Trap af, gang door, hoek om, en daar staat potverdorie weer een groen-scherm-met-camera-op-statief-setting, maar nu met een gigantische rij ervoor. Sorry, mag ik achterlangs? Ik hoef geen foto. De onderontwikkelde fotografe tuurt met een primordiale blik mij achteraansluitend de rij in. Oké, oké, ik wacht wel.

Nadat ik tien minuten later de rij fotoloos verlaat, sta ik in de perskamer. Op het bureau, op de plek waar normaliter de trainer zit, is de Champions league beker geplaatst. Waarom in godsnaam vraag ik me af. ‘Hello sir, you wanna photo with the cup for only twenty euro’s?’ Ah, daarom. Ja, ik trek de stoute schoenen aan; laat ik het doen, gewoon een foto met verder een totaal irrelevant object, gaan ik daarna door naar het veld waar ik voor slechts twintig euro, op de foto ga met het geplastificeerde rijbewijs van Kluivert.

De blauwe afzetlinten sturen mij een klinische kleedkamer in. Massagetafels, kledingkasten, een bubbelbad en aan weerzijde douches; ja, dit ziet eruit als een kleedkamer. Ik stoot een suppoost aan. ‘Excuses señor, is dit de plek waar Neymar zijn pik wast?’ ‘Nee meneer’ zegt de man, ‘dit is de kleedkamer voor de bezoekende ploeg, de thuisploeg zit een deurtje verder maar deze is niet open voor bezoekers’. Lekker is dat, zit ik me te verheerlijken met de gedachte dat Shakira met Piqué in dit bad heeft gezeten, en nu moet ik het doen met de profetie van Lasse Schöne die de rug van Niki Zimling wast, omdat ze na de afdroging van jewelste weleens goed nat willen worden.

Dan de afdaling in de spelerstunnel, rechts in de tunnel is een klein kapelletje waar de spelers vlak voor de wedstrijd een hogere macht kunnen inschakelen. Naast het beeld van Maria is een gleuf. Alhoewel ik mijn kermismunt voor geen goud wil wegdoen, druk ik hem in de opening. Jezus springt als een duveltje in een doosje naar buiten om op de klanken van ‘El Cant del Barça’, te dansen alsof het zijn laatste avondmaal is. Boven Jezus verschijnt in knipperende neonletters: ‘Excuse me sir, a photo for twenty euro’s with Jesus?’

Alhoewel het veld er mooi bij ligt (je mag er alleen niet op staan), komt het groene-scherm-met-favo-speler setting welgeteld nog drie keer voorbij; tel daarbij diverse borden met ‘relevante’ informatie van vluchtroutes van hoofdsponsor Qatar Airways, een twee verdieping tellende Nike winkel; en dan mag concluderen dat Barça is gezwicht voor het monster dat commercie heet. Hier noemen ze het echter ‘comessi’ en word je, voor slechts twintig euro, ermee op de foto geplakt.             


 

FacebookTwitterGoogle+
Deel dit met vrienden via:
TwitterFacebookGoogle+WhatsApp

Bekijk ook..

Reageer

> > >
'Kopt binnen': 'The Barcelona Experience'