Een dagje amateurvoetbal (1)

17 juni 2015 | StefanS | .... kopt binnen

Een dagje amateurvoetbal (1)

Inmiddels hangen mijn voetbalschoenen al tien jaar ergens in een wilg en maak ik mijn voetbalkilometers louter tijdens een potje FIFA 15. Toch besloten een zooitje randdebielen met voorheen profvoetbal-aspiraties (lees: mijn vriendengroep en ik) mee te doen aan een zaterdagtoernooi. Alleen een kind een bal laten ophalen op de autosnelweg is een slechter idee.

Het team
Laat ik even vooropstellen: mijn vrienden zijn het kaliber mens dat liever drie uur lang in comateuze toestand naar een Tell Sell-reclame gluurt dan opstaat en de afstandbediening van de tafel grist. Een handje vol buigt af en toe wat ijzer in de sportschool maar aan cardio hebben ze een broertje dood. ‘Zolang mijn conditie achteruit holt is, die zo slecht nog niet,’ rakelt Rode Robert –onze vedette bij gebrek aan beter– een voetbalcliché op. Met deze instelling besloten alle dertien dat een warming-up ‘voor verliezers is.’ Nou dan weet u zelf ook wel dat de hakken-billen-oefening die middag stoffig in de kast bleef staan.

Clifton –onze beroeps-aso met meer spier dan lengte en meer oog voor een gevulde bierkan dan de gebeurtenissen op het veld– had zich door zijn blessure omgedoopt tot manager. Met een opgezette ader in de nek na ons verzoek ‘om niet zijn derde halve liter voor tien uur ’s ochtends op te drinken,’ schreeuwde hij ons tot de orde. Van repliek was meneer niet gediend en bij het minste of geringste hoorden wij op stereovolume: ‘Hello, Hello, pay attention to the manager!’ Zucht, wat een volk. En dan moet je nog voetballen.

De dag werd echter een wandeling over de boulevard van mijn herinneringen. Alle charme, humor, frustratie, vreugde en pijn van het amateurvoetbal zaten heerlijk verpakt in zeven wedstrijden van twintig minuten. In tien jaar is er veel – en aan de andere kant zó weinig veranderd in het amateurvoetbal.

Kunstgrasveld
Kijk, ik ben nog van de generatie dat je op zaterdagochtend het veld betrad waar de dauw nog aan de grassprieten hing. In de hoeken lagen hoopjes vers gemaaid gras een geur te verspreiden dat even heerlijk rook als pas gebrande koffiebonen met warme  appeltaart. De kids van nu ruiken verbrand rubber op een droog ku(ns)tgrasveld dat evenveel meegeeft als een gemiddelde medewerker van een KPN- klantenserviceteam.

In het toernooireglement stond in vetgedrukte letters: ‘geen slidings toegestaan,’ een boodschap gericht aan dovenmansoren. Drie minuten nadat het balletje rolde had mijn teamgenoot ‘de Hunk’ –de bebaarde keizer met nummertje 13 die zo wijdbeens loopt dat er jaarlijks een wielerkoers als eindetappe omheen rijdt– al de rafels aan zijn slidingbroekje hangen. ‘Ik wil gewoon winnen,’ mijmert hij nadat hij op zijn bloedende brandplekken drukt.

Dat is het probleem met kunstgras. Waar het weidegras het dijbeen streelt naar een sierlijke glijder over het groene goud; daar beukt het droge kunstgras de huid binnen met de kracht van een bot scheermes. Inmiddels ‘loopt’ De Hunk al een week in de ziektewet en wacht hij op een huidtransplantatie zodat zijn derdegraads branden langzaam kunnen herstellen –een kleine opoffering voor het team.

De scheidsrechter
Zodra de conditie achteruit loopt, en de techniek plaats maakte voor de tactiek: ‘schop op alles wat beweegt,’ is de rol van de scheidsrechter cruciaal. Gewoon een man die de wedstrijd aanvoelt en rechtlijnig is. Een man die spraakzaam is en altijd weet het fanatisme te temperen. Echter heeft iedere amateurclub bij gebrek aan vrijwilligers er een gepensioneerde introverte faalhaas tussenlopen die alleen overgéwicht tussen de lijnen brengt.

Zo’n scheids met een voetbalbroekje op de hoogte van het wk van ’74 met een psychedelisch geruit, zwart glanzend scheidsrechtersshirt waar het logo van de KNVB door moeder de vrouw op de borstzak is genaaid. De man heeft nog een conducteurfluit waar het vrachtverkeer van Nederland naar Duitsland in ’45 mee is geregeld en loopt compleet gedesillusioneerd over het veld.

Bij elke tuimeling of twijfel, schelt het fluitje over de velden en steekt hij licht fascistoïde zijn rechterhand rete-strak in de lucht. Een uitleg van zijn besluit wordt er niet gegeven en elk weerwoord wordt steevast genegeerd. Terwijl het bloed van de spelers bij elk besluit harder begint te koken en zij op de meest agressieve manier ‘FLIERENFLUITER’ naar zijn hoofd gooien, haal ik nog eens diep adem.

Heerlijk zo’n dagje amateurvoetbal.


Profvoetbal vs amateurvoetbal:


Stefan Smeenk

Smeenk is onze wekelijkse columnist die elke zondagavond trouw met een bord bami op schoot, kritisch de samenvattingen bekijkt. Neem daar alle afleveringen van Voetbal International, Studio Voetbal, het Sportjournaal, FOX Sports en de sportkatern van de dagbladen bij. Elke woensdag zal Smeenk de miljardenbranche van het betaald voetbal tegen het licht houden en daar verslag van uitbrengen. Soms ludiek, dan weer bot en af en toe vertederend maar altijd louter en alleen voor uw vermaak. 

Lees ook:
Marinus Dijkhuizen kan net zo goed blind en emotieloos zijn
- 'Luisenleven': Suárez op weg naar de Champions League-finale
- Een kaart van Van der Vaart
'Fred Raket II', het slotakkoord
Sergio Ramos naakt! Wat u niet mocht zien
- En dan wint Groningen de beker
Karim RekkkiKIEK Karim Rekik
10 voetbalvragen aan een blonde stoot

FacebookTwitterGoogle+
Deel dit met vrienden via:
TwitterFacebookGoogle+WhatsApp

Bekijk ook..

Reageer

> > >
Een dagje amateurvoetbal (1)